Geen categorie

Er zitten tralies voor de ramen van de kerk in Smyrna

Polycarpus: Hoe zou ik Christus vloeken?

“Zesentachtig jaar heb ik Christus gediend en Hij heeft mij niets dan goeds gedaan, hoe zou ik Hem dan nu vervloeken?” Polycarpus, opziener in de gemeente te Smyrna, beklom -het kan in 155 zijn geweest, of een paar jaar daarna- niet als een zielig mannetje de brandstapel. Oud was hij, maar vol van een heilig geloofsvuur. Anno 2006 brandt in het Turkse Izmir vooral de onbarmhartige vlam van de islam.

Overblijfselen uit de tijd van Polycarpus ontbreken in de havenplaats. Als ik op straat informeer naar de antieke stad, sturen mensen mij naar opgravingen van de oude, deels overdekte marktplaats, kort bij de straat Anafartalar Caddesi. Die was zoals heel veel in Smyrna door de niets ontziende aardbeving in het jaar 178 verwoest. Marcus Aurelius -hij was keizer van 161 tot 180- liet een nieuwe agora (marktplaats) bouwen.

Polycarpus zal zich op deze plek af en toe hebben opgehouden. De agora vormde immers het concentratiepunt van het stadsleven. Nu is het grote terrein onbebouwd. Aan een van de zijden staat een bouwvallige schuur. Direct erachter een modern betonnen bankgebouw, vergezeld van een parkeergarage met tal van verdiepingen. Daarachter verrijst in volle glorie het Hilton Hotel.

Aan de andere kant van de agora ligt tegen de helling van de heuvel een dicht opeengepakte huizenmassa. Met woningen voor het gewone volk. Turks modaal.

Geen vaag idee

Smyrna is meer dan alleen een oude agora. Er zijn nog een paar kerken. De oudste ervan is rooms-katholiek. En die draagt nog steeds de naam van de martelaar. Onderweg naar de juiste straat probeert de taxichauffeur me te doen geloven dat er geen verschil bestaat tussen God en Allah. De vergrijsde ambtsdrager zou hem terechtgewezen hebben. De opziener wist immers in Wie hij geloofde. Niet in de een of andere vage idee. Waarbij het niet uitmaakt of zoiets Allah heet of God. Maar in de Drie-enige, Die Zich geopenbaard heeft in Zijn Zoon, de unieke Zaligmaker.

Juist daardoor kon Polycarpus het martelaarschap -hoewel hij het niet zocht- op een ontroerende wijze aanvaarden. Aanvankelijk vluchtte hij naar een landgoed. Een kind -anderen schrijven: een slaaf- verried zijn verblijfplaats. Toen wisten zijn tegenstanders hem te vinden. Polycarpus wilde (op dat ogenblik reeds ter ruste) niet meer naar een ander landgoed vluchten. Hij zei: Gods wil geschiede.

Polycarpus’ hoge ouderdom en kalme waardigheid maakten indruk op de soldaten. Waarom moesten zij zo’n bedaarde, oude man gevangennemen? De bisschop liet hen eten en drinken. Twee uur lang bleef hij, staande, luidop bidden. De soldaten die hem hoorden waren diep getroffen en verschillenden kregen spijt dat ze tegen deze grijsaard waren uitgetrokken. Hij mocht op een ezel rijden.

Voor ik de Polycarpuskerk binnen kan gaan, moet ik eerst een bel opsporen. De kerk is niet, zoals veel rooms-katholieke kerken, de hele dag open. Naar binnen ga ik via een deur die ogenschijnlijk toegang biedt tot een huis. Is dit een afleidingsmanoeuvre?

Er zit traliewerk voor de ramen van de kerk. Om islamitisch agressie te voorkomen? De gebouwen staan op een ommuurd terrein. Met hier en daar wat graffiti op het pleisterwerk.

In het gebouw bevindt zich een grote muurschildering die de dood van Polycarpus afbeeldt. Het vuur verteert hem niet en iemand zal hem met een zwaard of messen gaan doorsteken. De martelaar is natuurlijk afgebeeld met een lichtkrans, een nimbus om z’n hoofd.

Aan het eind van de negentiende eeuw maakte een Franse schilder, Raymond Peré, die zich in Izmir had gevestigd, schilderingen van scènes uit het leven van Polycarpus.

Morgen, zondag, is er in elk geval geen dienst. De gemeente -bestaat die wel?- is niet orthodox, zoals een Nederlandse predikant beschreef, maar rooms-katholiek. De kosteres, er lijkt niemand anders in het complex aanwezig, spreekt uitsluitend Turks. Maar ze steekt zeer vriendelijk alle lichten aan. Om de fotograaf te dienen. Natuurlijk staat het beeld van Polycarpus boven het altaar.

Smyrna telt nog enkele andere kerken. En ook synagogen. Het is aangrijpend dat in een zo grote stad -na Istanbul en Ankara de grootste van Turkije- een gereformeerde kerk nauwelijks valt te vinden.

In elk geval staat er nog een oude Nederlandse Protestantse Kerk aan straat nummer 1374. Na wat wandelend zoeken, valt die te vinden. Maar alles zit en blijft potdicht.

Johannes

De apostel Johannes heeft de eerste christelijke gemeente in Smyrna gesticht. Waarschijnlijk tussen het jaar 37 en 48 na Christus, spoedig na het geweld tegen de christelijke gemeente in Jeruzalem. Ignatius van Antiochië heeft geschreven dat Polycarpus een directe leerling van Johannes was. Volgens Tertullianus wees de apostel hem toen hij nog heel jong was aan als opziener, als de vierde bisschop van de jonge kerk. Een andere traditie zegt dat enkele apostelen Polycarpus verkozen.

Polycarpus zag zich niet slechts geconfronteerd met christenvervolging, zoals onder keizer Trajanus (98-117). De bisschop had ook te maken met ketterijen. Met die van Marcion onder andere. Die leerde dat er een wrede god is, de demiurg. Terwijl de God van het Evangelie liefde is. Hij bedroog veel gelovigen. Maar toen Marcion een keer aan Polycarpus vroeg of hij Hem wilde kennen, antwoordde deze volgens de in 339 overleden Eusebius: “Ik ken de eerstgeborene van satan.”

De opziener verzette zich ook tegen de dreiging van de gnostiek. De aanhangers van die manier van denken streefden naar het heil door geheime, alleen voor ingewijden gereserveerde kennis, gnosis. Het ontvangen van die gnosis is iemands geestelijke opstanding uit de doden. Maar volgens J. H. Landwehr kenschetste Polycarpus de gnosis als “satanische vervalsing der waarheid.”

De voorganger schreef in de tijd van zijn bediening een brief aan de christenen te Filippi. De gemeente daar begeerde een afschrift van een brief van Ignatius. Het schrijven van Polycarpus diende als begeleidende brief bij het epistel van Ignatius. Er is ook een ander verhaal. Polycarpus zou aan de Filipensen hebben geschreven omdat een van hun ouderlingen was vervallen tot de zonde van hebzucht. En de opziener vermaant in zijn brief dan tot vergevensgezindheid.

Wellicht zijn de twee brieven al snel samengevoegd. Polycarpus dringt in elk geval aan op een christelijke levenswandel, op hulp aan de armen en op de navolging van Christus.

Arrestatie

Polycarpus heeft de brief die Johannes vanaf Patmos schreef aan de gemeente te Smyrna waarschijnlijk nog in handen gehad. Zij heeft hem jaren nadat zij is geschreven waarschijnlijk getroost tijdens zijn martelaarschap: “Gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.”

Maar over de eigenlijke levensloop van Polycarpus is niet veel bekend. Wel over zijn marteldood. Het geschrift “Martyrium Polycarpi” bevat een uitvoerig verslag dat is opgetekend door een ooggetuige. Het is een van de oudste zogenoemde martelaarsakten.

Toen de arrestatie een feit was, namen twee hoogwaardigheidsbekleders Polycarpus tussen zich in in een rijtuig. Zij probeerden hem ertoe te brengen om te zeggen: “Caesar is de Heer” en om de keizer een offer te brengen. Hij bleef dat weigeren. Toen gooiden de ambtenaren hem uit het rijtuig.

Vonnis

Het vonnissen van christenen had te Smyrna plaats in de renbaan. Op het ogenblik dat Polycarpus het circuit binnentrad, klonk er -dat zegt de martelaarsakte- een stem uit de hemel: “Houd moed, Polycarpus en wees sterk.” Niemand zag Degene Die sprak. Maar alle aanwezige christenen zouden de stem hebben gehoord.

De proconsul -zeg maar: de door Rome aangestelde gouverneur- begon opnieuw Polycarpus aan te sporen om bij het heil van de keizer te zweren. Hij moest ook zeggen: “Weg met de goddelozen.” Dat laatste deed hij. Maar niet dan nadat hij eerst nadrukkelijk naar de menigte heidenen op de trappen van de renbaan had gekeken. De proconsul dreigde met de verbrandingsdood. En na veel vijven en zessen liet hij door een heraut omroepen dat Polycarpus had bekend christen te zijn.

Toen kwam het gepeupel, inclusief een aantal Joden, op de been. Het wist niet hoe snel het hout en takken moest aandragen uit winkels en badhuizen. Toen een soldaat de oude man wilde vastspijkeren op de brandstapel zei hij: “Laat mij zoals ik ben, want Hij, die me gegeven heeft de vuurdood te trotseren, zal me ook de kracht geven om zonder uw spijkers en al uw voorzorgen onbeweeglijk op de brandstapel te blijven.” Zo bonden ze hem alleen vast.

Polycarpus deed nog een gebed. De vlammen namen de vorm aan van een zeil dat bol staat in de wind. De martelaar stond daar, rondom ingesloten, midden in. Dus hij verbrandde niet. Uiteindelijk hebben ze hem gedood met het zwaard.

Verheerlijken

De beenderen van Polycarpus zouden door christenen zijn verzameld en als relikwie zorgvuldig zijn bewaard. En al vroeg begon ten aanzien van de opziener uit Smyrna de heiligenverering. De schrijver van het “Martyrium Polycarpi” vermeldde dat de christenen in Smyrna ieder jaar bijeenkwamen op de plaats waar Polycarpus’ botten waren begraven “om zijn martelaarschap met grote vreugde te herdenken.”

Bij protestanten staat hij goed bekend. In elk geval: als een getrouw getuige. Zesentachtig jaar had hij Christus op aarde gediend. Heidenen eisten dat hij Hem zou vervloeken. Met hem te doden in de renbaan bereikten zij precies het tegenovergestelde. Polycarpus ging zijn Meester eeuwig verheerlijken.

Dit is het tweede deel van een zesdelige serie over het leven en sterven van christenen uit de Vroege Kerk. Volgende week donderdag deel 3: Justinus Martyr.

“Heere, almachtige God, Vader van Jezus Christus, Uw beminde Zoon, die ons U heeft leren kennen; God der engelen en der heerscharen, God van heel de schepping en van het geslacht der rechtvaardigen, die voor Uw aanschijn leven.

Ik loof U, omdat Gij mij waardig hebt geacht, op deze dag en op dit uur met de martelaren deel te hebben aan de drinkbeker van Christus, om ten eeuwigen leven naar ziel en lichaam te verrijzen, in de onvergankelijkheid van de Heilige Geest.

Gelief mij vandaag met hen op te nemen in Uwe tegenwoordigheid, na dit mild en welgevallig offer, dat Gij Zelf hebt voorbereid, dat Gij mij voorspeld hebt, en dat Gij, onfeilbare en waarachtige God, nu in vervulling brengt.

Daarom loof ik U, zegen ik U, dank ik U door Jezus Christus, de eeuwige hogepriester in de hemel, Uw welbeminde Zoon, door wie aan U, in vereniging met Hem en de Heiligen Geest, glorie zij, nu en in de komende eeuwen. Amen.”

Categorieën:Geen categorie

Geef een reactie