Gaventest

Iedereen heeft van God een unieke gaven gekregen. We zijn geroepen om op weg te gaan en onze gaven te gebruiken om Jezus Christus bekend te maken.
We vinden we het belangrijk om gemeenteleden te helpen ontdekken op welke plaats zij het beste dienstbaar kunnen zijn. Wat zijn jouw gaven en hoe kan je die inzetten?

Wat zijn mogelijk jouw gaven?

De gave van barmhartigheid

De bijzondere gave, om werkelijk begaan te zijn met mensen die fysiek, emotioneel of mentaal lijden en hun vanuit een diep medelijden te helpen op zo’n manier dat de pijn verlicht wordt.
Mattheüs 20:29-34; 25:34-40
Marcus 9:41
Lucas 10:33-35
Handelingen 9:36; 11:28-30; 16:33-34;
Romeinen 12:8
Jakobus 2:15-16

De gave van bemoediging

De bijzondere gave om woorden van troost, bemoediging, uitdaging of correctie te kunnen spreken op een manier waarop anderen positief reageren en geholpen worden.
Handelingen 11:3,22-25; 14:22
Romeinen 12:8; 15:4
1 Thessalonicenzen 2:11-12
1 Timotheüs 4:13
Hebreeën 10:25

De gave van bestuur

De bijzondere begaafdheid om te kunnen vaststellen wat het lichaam van Christus nodig heeft op de korte en de lange termijn en het werk van de gemeente zodanig te organiseren en te plannen dat de effectiviteit van de gemeente zal toenemen.
Lucas 14:28-30
Handelingen 6:1-7; 27:11-20,27-29
1 Korintiërs 12:28
Titus 1:5

De gave van creatieve communicatie

De gave van creatieve communicatie is de door God gegeven bekwaamheid om Gods waarheid te communiceren door middel van een verscheidenheid aan kunstzinnige vormen.
Psalm 150:3-5
2 Samuël 6:14-15
Marcus 4: 2, 33

De bekwaamheid om te dienen

De bijzondere gave om onbaatzuchtig tijd te kunnen geven of andere hulpmiddelen beschikbaar te stellen aan een ander, zodat die op zijn of haar beurt weer effectiever zijn eigen gave(n) kan uitoefenen.
Marcus 15:40-41
Lucas 8:2-3
Handelingen 9:36
Romeinen 16:1-2
1 Korintiërs 12:28; 16:15-19

De gave van evangelisatie

De bijzondere gave om het evangelie vrijmoedig te kunnen vertellen aan ongelovigen op een wijze waarop er velen van hen een persoonlijke toewijding maken om Jezus Christus te volgen.
Handelingen 8:5-6,26-40; 14:21; 21:8
Efeziërs 4:11-14
2 Timoteüs 4:5

De gave van gastvrijheid

De bijzondere gave om anderen die in nood zijn warm welkom te heten, ze van voedsel en onderdak te voorzien in een geest van dienstbaarheid.
Handelingen 16:14-15
Romeinen 12:9-13; 16:23
Hebreeën 13:1-2
1 Petrus 4:9-10

De gave van geven

De bijzondere gave om blij en opofferingsgezind vrijgevig te zijn met financiën of persoonlijke bezittingen voor het werk van God.
Markus 12:41-44
Handelingen 4:36-37
Romeinen 12:8
2 Korintiërs 8:1-7; 9:2-8

De gave van geloof

De bijzondere gave om volledig en onwankelbaar op God te kunnen vertrouwen in een moeilijke situatie en daarbij bereidwillig te zijn om direct Gods aanwijzingen op te volgen.
Handelingen 5:1-11; 6:5-7; 11:22-24; 27:21-25
Romeinen 4:18-21
1 Korintiërs 12:9; 13:2
Hebreeën 11:33-34

De gave van herderschap

De bijzondere gave die aan bepaalde mensen wordt gegeven om voor lange tijd persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor het geestelijk welzijn van een groep gelovigen.
Johannes 10:1-18; 21:16
Efeziërs 4:11-14
1 Timotheüs 3:1-7
1 Petrus 5:1-3

De gave van kennis

De bijzondere gave om bovennatuurlijke kennis te hebben over personen, omstandigheden of specifieke Bijbelse zaken die in direct verband staat tot de gezondheid en groei van de gemeente.
Handelingen 5:1-11
1 Korintiërs 2:14; 12:8; 14:24-25;
2 Korintiërs 11:6
Colossenzen 2:2-3

De gave van leiderschap

De bijzondere gave om anderen verenigd te krijgen rond een gemeenschappelijke visie en om de doelstellingen voor de toekomst zodanig duidelijk te maken zodat het lichaam van Christus daardoor beïnvloed wordt en richting krijgt in een geest van samenwerking.
Nehemia
Lucas 9:51
Handelingen 7:10; 15:7-11
Romeinen 12:8
1 Thessalonicenzen 5:12
1 Timotheüs 5:17
Hebreeën 3:17

De gave van onderwijs

De bijzondere gave om Bijbelse waarheid duidelijk te kunnen onderscheiden en zo effectief te communiceren dat mensen daarvan kunnen leren en groeien in hun wandel met God.
Handelingen 18:24-28; 20:20-21;
Romeinen 12:7
1 Korintiërs 12:28
Efeziërs 4:11-14

De gave van onderscheid

De gave van onderscheid (van geesten) is de door God gegeven bekwaamheid om te onderscheiden tussen waarheid en dwaling, de geesten te onderscheiden, onderscheid te maken tussen goed en kwaad, juist en verkeerd.
1 Korintiërs 12:10
Handelingen 5:1-4
Matteüs 16:21-23

De gave van apostelschap

De gave van apostelschap is de door God gegeven bekwaamheid om de ontwikkeling van nieuwe gemeenten of bedieningsstructuren op te zetten en te besturen.
1 Korintiërs 12:28-29
Efeziërs 4:11-13
Romeinen 1:5
Handelingen 13:2-3

De gave van profetie

De bijzondere gave om een directe en onmiddellijke boodschap van God aan zijn volk te kunnen communiceren.
Lucas 7:26
Romeinen 12:6
Handelingen 2:37-40; 15:32; 21:9-11
Efeziërs 4:11-14
1 Korinthe 12:10; 28

De gave van vakmanschap

De gave van vakmanschap is de door God gegeven bekwaamheid om op creatieve wijze dingen te ontwerpen en/of te vervaardigen die gebruikt kunnen worden voor de bediening.
Exodus 11:3; 35:31-35
Handelingen 9:36-39
2 Koningen 22:5-6

De gave van voorbede

De gave van voorbede is de door God gegeven bekwaamheid om aanhoudend te bidden namens en voor anderen, waarbij zij regelmatig specifieke resultaten zien.
Romeinen 8:26-27
Johannes 17:9-26
1 Timoteüs 2:1-2
Kollossenzen 1:9-12; 4:12-13

De gave van wijsheid

De bijzondere gave om aan anderen door te kunnen geven hoe zij bepaalde kennis het beste kunnen toepassen op specifieke situaties binnen de gemeente en het persoonlijke leven van mensen.
Handelingen 6:3,10; 15:13-22
1 Korintiërs 2:1-13; 12:7-18
Jacobus 1:5-6; 3:13-18
2 Petrus 3:15-16